Translate

donderdag 26 november 2015

Het grote verdriet van het gele vaatdoekje


Ze lag nu al heel lang in een kast te verstoffen. Hiervoor was ik niet bedoeld, verzuchtte ze. Ze lag al wekenlang op haar plek tussen heel veel andere vaatdoekjes en handdoeken. Ze kon zich nauwelijks verroeren. En weer zuchtte ze. Elke keer als de kast open ging was ze hoopvol dat ze eruit gevist werd, maar telkens werd er een ander doekje gepakt of werden er andere doekjes weer bovenop haar gepropt. Ze was verdrietig, maar ook een beetje boos.

 “Ik voel me nutteloos”, zei ze tegen de andere doekjes, die haar uitlachten.
 “Wees jij maar telkens verongelijkt als ze jou niet kiezen. Ik ben er blij mee als ze mij niet kiest, dan kan ik nog lekker lui wezen”.
“Ik snap niet hoe jullie zo kunnen praten, ik voel me niet gezien”, verzuchtte ze, maar ze begreep dat het tegen dovemansoren was gezegd. 

Ze probeerde zich wat te bewegen om wat meer ruimte te krijgen, maar ze kreeg gelijk een duw terug. Ja, ze was nu heel verdrietig nu ze al zo lang in de kast lag. Zie ik er dan niet mooi uit? dacht ze. Ik had nooit een vaatdoekje moeten worden, nu zie je wat er van is gekomen. Ik voel me helemaal in de steek gelaten en ik kan er met niemand over praten.

Haar geschiedenis is verdrietig. Eens werd ze een vaatdoekje, waar ze niet om gevraagd had. In de tijd werd het anders en kon ze zich beter voorstellen hoe ze nuttig kon zijn, want dat wilde ze. Ze werd in een pak van tien stuks in plastic gestopt. Lekker schoon en opgevouwen. Praten met de anderen lukte niet want ze waren er niet voor in de stemming, dus hield ze zich maar stil. Op een dag werd ze door een mevrouw uit het schap van de winkel gehaald en mee naar huis genomen. Ze voelde zich al een stuk beter, want nu kon ze eindelijk laten zien wat ze in petto had. En ze had veel, heel veel, alleen moest ze het kunnen laten zien aan iemand. Dus dacht ze, nu heb ik mijn kans, maar eerst bleef ze lang in de kast liggen tot op een gegeven ogenblik ze uit de kast werd gehaald. Ze kreeg een plens water over zich heen, waar ze nog van kon proesten. Maar goed, dit wilde ze nu eenmaal, dus hield ze zich flink. Ze kreeg een scheut schoonmaakmiddel op haar vlakke kant gespoten en nu kon ze eindelijk aan het werk. Wat had ze er een zin in. Met een flinke en harde hand werd ze van het ene hoekje naar het andere hoekje geveegd. Dan weer uitgespoeld in een grote emmer kokend heet water. Oef, dat was slikken, maar ze was nu eindelijk nuttig, dus ze was blij, heel blij. Na een uur vegen hield haar werk ermee op en werd ze te drogen gelegd op de verwarming, ze verbrandde zich bijna. Daarna werd ze in een grote mand gelegd. Een dag later werd ze in een grote machine gegooid met nog meer doekjes, handdoeken, lakens en slopen. De temperatuur was hoog. Wat een sauna, dacht ze. Ik kom hier nooit meer uit. Heen en weer geschud en gesmeten tussen al die vreemde doeken en lakens. Zo nu en dan kon ze niks meer zien, dan was er een grote laken over haar heen getuimeld. Maar het centrifugeren vond ze nog het ergste. Ze werd misselijk, maar kon niet kotsen, dat kon niet, want ze moest nu weer schoon worden om later weer nuttig te zijn. Van de centrifuge ging ze in de droogtrommel. En weer werd ze helemaal door elkaar geschud, dan weer rechts, dan weer links. Ze raakte helemaal gedesoriënteerd. Na vijfenveertig minuten klonk er een signaal dat het afgelopen was. Ze zuchtte diep. Wat had ze hier naar verlangd. Gewoon weer terug in de kast, tussen al die andere vaatdoekjes. Ze had ze gemist. Zouden ze haar ook gemist hebben?

“Ha, ben je er weer? En was je nuttig tijdens al dat werken? Wijk hebben lekker uitgerust!”
“Ja, het was een bijzondere ervaring. Ik voelde me weer nuttig, maar daarna weer schoon worden is me toch een bedoening. Er kwam geen eind aan. Ik heb jullie toch gemist.”
“Wij jou ook hoor, want we misten het geklaag van jou. Ik hoop niet dat je nu veranderd bent, want we hielden wel van zo’n klaagmadam.”
“Ik ben helemaal niet zo’n klaagmadam, maar inderdaad als jullie dat zo zien, dan hou ik voortaan mijn mond maar. Ik ga nu uitrusten, want ik ben erg moe van al dat werk.”
“Was ze tevreden over je? “ vroegen de anderen.
“Ik denk van wel, maar ik werd wel hardhandig aangepakt. Ik heb in ieder geval mijn best gedaan.”

Het gele vaatdoekje maakte nog een stel van zulke reizen, maar uiteindelijk werd ze steeds bleker door de was en kwamen er gaten in haar vacht. Uiteindelijk was ze niet meer nuttig en werd in een vuilnisbak gegooid. Ze miste haar vriendjes in de kast, ook al waren ze lui, maar die konden nog een tijdje mee. Zij moest ermee ophouden. Ze had lang voor de mevrouw gewerkt en ze was blij dat ze iets terug had kunnen doen toen ze werd gekocht in de supermarkt. Nu moet een ander haar taak overnemen. Ze voelde zich verdrietig nu haar einde nabij was.


En zo eindigt het verhaal van het gele vaatdoekje.



Wietske Otter
25 november 2015